|
In de vroege
ochtend van 7 januari 2004 is Jaap Kraaier na een kort ziekbed
overleden, thuis in zijn woonplaats Egmond aan Zee. Hieronder leest u
een verkorte versie van zijn levensverhaal.
Kraaier werd geboren op 28 november 1913, als j ongste
zoon van een eenvoudige scheepsbouwer in Zaandam. Het gezin telde zes
kinderen. Het was bepaald geen vetpot in huize Kraaier. Senior bouwde
Helderse vletten, vissersboten en werkbootjes. De concurrentie was
moordend en regelmatig werden opdrachten aangenomen waar geen cent aan
werd verdiend. In die naargeestige omgeving besloot Jaap Kraaier het
anders te doen dan zijn ouders. Hij weigerde zijn situatie te
accepteren. Hier begonnen zijn inspanningen. Groot succes in sport en
zaken zou volgen.
De basis van zijn sportcarrière werd gelegd toen kleine Jaap regelmatig
met jaloerse blikken gadesloeg hoe iemand bijna dagelijks in een kano
over de Zaan peddelde. Jaap moest en zou ook een kano hebben. De kano
werd op de eigen werf gebouwd, bijna als vanzelfsprekend destijds op het
blote oog. Hij werd helaas niet wat Jaap ervan verwacht had. Te groot,
te zwaar en eigenlijk onhandelbaar voor een jongen van zijn leeftijd.
Later volgde een betere. Moest hij overdag keihard werken op de werf van
zijn vader, in zijn vrije uurtjes ging hij de Zaan en het Noordzeekanaal
o p om te trainen. Soms wel 20, of zelfs 30 kilometer achtereen. Hij werd
ook lid van een kanovereniging, en groeide snel uit tot een belangrijke
persoon binnen de club. Iedereen kon zien dat hij talent had.
Zijn inspanningen werden beloond. In 1934 deed hij - onder leiding van
chef d’equipe ir. Jan Loeff - mee aan het Europees Kampioenschap
in de kano K 1 in Praag. En daar bleef het niet bij. Twee jaar later won
hij op de Olympische Spelen in Berlijn een bronzen medaille in die
klasse. Meedoen was in die tijd nog écht belangrijker dan winnen. Hij
kon zijn sport mooi combineren met zijn andere grote liefde, het
ontwerpen van boten. Zijn wedstrijdkano had hij zelf getekend en
gebouwd. Het was een vernuftig vaartuig van slechts twaalf kilo. In die
tijd zeer weinig. Een ongeluk in het zwembad maakte een einde aan zijn
bloeiende sportcarrière. Kraaier deed nog wel mee aan enkele
wedstrijden, maar toen zijn resultaten ver achterbleven bij vroeger was
de lol er af.
Jaap Kraaier had zelf inmiddels de avond-mulo afgerond en bij het
Instituut Zwolsman scheepsbouwkunde gestudeerd. Al ruim voor de Tweede
Wereldoorlog werkte hij mee op de werf en tekende hij , s avonds zijn
eigen ontwerpen. Die liepen uiteen van kano's tot kajuitzeiljachtjes.
Niet zelden zat hij tot diep in de nacht achter zijn tekentafel. Zijn
connecties met de toenmalige hoofdredacteur Loeff van de Waterkampioen
kwamen hem goed van pas. Kraaier kende hem nog van Praag en Loeff zag
zijn ontwerpen wel zitten. Dat leverde aardig wat publiciteit op. En als
beginnende ontwerper kun je dat altijd goed gebruiken. De publiciteit
resulteerde in nieuwe opdrachten. Met de werf ging het langzaam beter.
Maar de stijgende lijn werd abrupt afgebroken in de Tweede Wereldoorlog.
De werf was een belangrijke basis voor het Zaans verzet, tot de
Sluispolder waarin de werf lag door de bezetter onder water werd gezet.
Na de bevrijding moest de werf van de grond af aan worden opgebouwd.
Maar nu zat de tijd echt mee. Kraaier bouwde enorm veel voor de export
naar de Verenigde Staten. Veel grotere boten dan voor de oorlog. Bijna
allemaal van hout. Nederland was destijds een goedkoop land. Bovendien
hielp de overheid een handje door financiële steun te verlenen. Het
accent verlegde zich van jachten naar beroepsvaartuigen. Een van de
belangrijkste orders n a
de oorlog kwam van Indonesische zijde. Via De Waterkampioen waren zij op
de Kraaier-werf geattendeerd. De Indonesiërs vroegen een offerte voor de
bouw van zes havenboten. Het was geen gelopen race, want ook twee andere
werven mochten een prijsopgave doen. Kraaier rekenende en tekende, en
kwam met de beste aanbieding voor de dag. De boten bevielen kennelijk
goed, want niet veel later bestelde Indonesië nog eens 18 boten, waarmee
het totaal aantal op maar liefst 24 kwam. Het was een opdracht waar
Kraaier enkele jaren eerder niet van had durven dromen. En het ging nog
verder. Al snel gaven de Indonesiërs opdracht voor de bouw van 24
douane-patrouillevaartuigen! Het lijnenplan werd gemaakt in samenwerking
met de sleeptank in Wageningen. Bovendien had Kraaier voor de uitwerking
van zulke grote projecten inmiddels ondersteuning van een uitgebreide
tekenkamer.
In het begin van de jaren 50 leken de bomen tot in de hemel te groeien.
De werf was inmiddels enorm uitgegroeid met bouwloodsen en verschillende
hellingen. Jachten werden er allang niet meer gebouwd, uitsluitend
beroepss chepen. Steun
van de overheid zorgde in die tijd voor verschillende grote orders uit
Indonesië. In totaal bouwde de werd in die tijd meer dan 80 haven- en
marineboten voor Indonesië. Kraaier had het inmiddels geschopt tot
mede-directeur/eigenaar van de werf. Maar hij maakte zich zorgen. De
werf had immers maar één grote klant, namelijk de Indonesiërs. Alle
verdere activiteiten die Kraaier wilde ontplooien werden verstoord door
het werk voor Indonesië. Daar was eenvoudig geen tijd en ruimte voor.
Toen na de onafhankelijkheid de Indonesische markt wegviel, leek hei
einde van de Jachtwerf Kraaier een feit.
De opkomst van de coasterbouw betekende - voorlopig - uitstel van
'executie'. Kraaier voelde dat het zo niet door kon gaan. Hij kreeg
verschil van inzicht met zijn medefirmant A. de Beer en besloot de
ondergang van de werf niet af te wachten. Hij verkocht zijn belangen aan
De Beer en ging zich helemaal toeleggen op zijn hobby, het ontwerpen van
zeil- en motorjachten. Dat bleek een wijs besluit, want in 1964 ging de
werf – inmiddels zoals gezegd omgedoopt tot De Beer – met een schuld van
ruim 4 miljoen gulden failliet. Toch stond Kraaier niet. te lang stil
bij dit pijnlijke moment. Hij werd lid van de Nederlandse Bond van
Jachtarchitecten (NBJA) en specialiseerde zich in het ontwerpen van de
wat kleinere modellen motor- en zeiljachten. Niet alleen voor de kleine
werven die zelf geen tekenkamer hadden maar voor een belangrijk deel ook
voor de zelfbouwers. Het ultieme voorbeeld daarvan is natuurlijk de
Piraat, een boot die in z'n geheel uit een plaat hechthout gebouwd kan
worden. Er zijn er wereldwijd duizenden van gebouwd.
In een interview dat in 1995 in De Waterkampioen werd gepubliceerd, werd
hem gevraagd hoe hij zich als ontwerper zou typeren. ,,Als
jachtontwerper heb ik eigenlijk altijd de wensen van de mensen
vooropgesteld. Het enige wat telt is dat degene die een jacht van jouw
hand heeft, ervan kan genieten. Als eigenaar moet je geen zorgen om je
boot willen hebben. Betrouwbaarheid staat daarom altijd voorop.
Bovendien vond en vind ik dat een jacht niet alleen doelmatig, maar ook
mooi van lijn moet zijn. Dat heeft voor mij ook alles met dat plezier te
maken. Je gaat toch niet met genoegen aan boord van een schip zitten dat
je niet mooi vindt?’’ |